4 november 2026
Museum Arnhem pakt uit, letterlijk en figuurlijk. Voor De Wereld Uitvergroot zijn complexe installaties en andere omvangrijke kunstwerken uit het depot gehaald. De onderlinge samenhang is beperkt maar door de kwaliteit van de werken en de manier van presenteren is dat geen enkel bezwaar.

Vrijwel ieder museum heeft ze. Grote installaties, vaak met veel losse onderdelen, die niet één-twee-drie zijn op te bouwen en af te breken. Soms staan ze in de vaste collectie, waar ze kunnen uitgroeien tot publiekslievelingen – The Beanery van Edward Kienholz in het Stedelijk Museum Amsterdam is het ultieme voorbeeld. Maar vaker nog belanden ze in het depot, ingepakt en gelabeld, waar ze zo lang liggen dat ze vergeten raken.
Ook Museum Arnhem heeft kunstwerken in die categorie. Maar de conservatoren hier hebben besloten niet te wachten op een geschikte gelegenheid – een langverwacht retrospectief of een passende thematentoonstelling – om ze tevoorschijn te halen. Voor ‘De wereld uitvergroot’ zijn drie zalen gevuld met kunst van de buitencategorie. En dat werkt bijzonder goed.

Glazen borsten in bed
Alleen al het installeren van de puberslaapkamer van Levi van Veluw (1985) moet vele manuren hebben gekost. Het bruine bed, het bruine nachtkastje en de bruine wanden zijn bedekt met honderden bollen, ook bruin. Aan de ene kant van de ruimte vormen ze een regelmatig, ordelijk grid, aan de andere kant is het beeld veel onrustiger, om niet te zeggen: chaotisch. Die bollen zijn een voor een bevestigd, op nauwkeurig voorgeschreven afstanden van elkaar, om effectief weer te geven hoe de wereld van de slaper zich tussen twee uitersten beweegt.
Tegenover Van Veluws kamer is de installatie van Hale Tenger (1960) te zien, met identieke poppen die samen een eenvormige massa vormen, maar zich in allerlei bochten wringen om aan het conformistische keurslijf te ontkomen. Tussen die twee werken in staan de hoofddeksels in de vorm van iconische gebouwen die Meschac Gaba (1961) liet vlechten van kunsthaar en hangt een groot groepsportret van Raafat Ballan (1990).
Die opsomming maakt duidelijk hoe divers ‘De wereld uitvergroot’ is en hoe losjes de term ‘installatiekunst’ wordt gebruikt. Al even losjes heeft de eerste zaal het thema ‘thuis’ meegekregen. Bij Van Veluw is dat nog een direct passend etiket: hij reconstrueerde zijn jongenskamer. Maar Tengers werk gaat over de Turkse politiek, Ballan laat zich inspireren door de Libanese kunstenaar en filosoof Kahlil Gibran en Gaba heeft globalisering als onderwerp. De manier waarop de werken zijn gecombineerd, de totaalcompositie, is echter zodanig dat het niet voelt alsof dingen er met hun haren bij zijn gesleept.

Verzameling eenlingen
In de tweede zaal zijn de combinaties nog extremer. Hier hangt de verstilde video-installatie van Erwin Olaf (1959-2023) naast een rekje met uit hout gezaagde designkleding van Abdulrazaq Awofeso (1978) en twee glazen borsten van Maria Roosen (1957) in een bed. De derde zaal wordt ingeleid door een atypisch werk van Atelier Van Lieshout: ‘Danke Schön’ in uitvergrote, sierlijke schrijfletters. Binnen zijn onder meer Carel Vissers (1928-2015) kruising van een zeilboot en een vrachtwagen uit 1983 te zien, een inloopkast vol stoffen en garens van Fransje Killaars (1959) en een installatie waarin de Nederlands-Kameroense Sondi (1994) sloffen van keramiek en een reusachtig Maggiblokje combineert met een video-installatie over leven in de diaspora.
De tentoonstellingstitel suggereert een vergrootglas dat door de kunstenaars op de wereld wordt gelegd, om bepaalde details duidelijker zichtbaar te maken. Maar je kunt deze werken net zo goed zien als werelden in het klein. Werelden die op zichzelf staan en niet per se de inbedding van een oeuvre nodig hebben om hun verhaal te vertellen.
De losse verhoudingen die ze onderling aangaan worden tot een formeel geheel gesmeed door de tentoonstellingsvormgeving. Op de gekleurde wanden zijn in grote letters vragen en korte mededelingen aangebracht, die het thema van de zaal ondersteunen. Het parcours met strategisch geplaatste wanden en doorgangen met sliertgordijnen versterkt het gevoel dat je je fysiek verhoudt tot de ruimtelijke kunst. En de glasheldere tekstbordjes geven precies genoeg informatie om net iets meer uit het werk te halen zonder meteen overvoerd te raken. Opgeteld bij de kwaliteit van de individuele werken maakt het eigenlijk niet uit dat je hier staat te kijken naar een verzameling eenlingen. Bij ieder werk opent zich een nieuwe wereld.