3 november 2026
Achter de entree van een overwoekerde tempel klinken oerwoudgeluiden. Tussen hoge bamboestammen zitten vierkoppige ’boeddha’s en binnen rode muren houden stenen leeuwen de wacht. Met 150 originele objecten geeft de tentoonstelling ‘Angkor – Het mysterie van Cambodja’ in het Drents Museum in Assen een inkijkje in de cultuur van het eeuwenoude Khmer-rijk.
Zo’n achthonderd jaar geleden was Angkor met naar schatting 750.000 inwoners en een oppervlakte van duizend vierkante kilometer de grootste stad ter wereld. Opeenvolgende vorsten probeerden elkaar te overtreffen met de bouw van gigantische tempels en monumenten, die hun religieuze overtuigingen én hun macht weerspiegelden. Het verfijnde vakmanschap van de Khmer-beeldhouwers blijkt uit de bronzen beelden van boeddhistische en hindoeïstische goden, zoals de olifantgod Ganesha. Ook kleinere details getuigen van het ambacht; elke individuele dakpan werd rijkelijk gedecoreerd.
De religieuze voorwerpen vertellen over de rituelen in Angkor. Zo zijn er offerstenen in de vorm van schildpadden en eekhoorns te zien, net als verschillende uitvoeringen van de linga, een fallusvormig symbool van de scheppende kracht van de hindoegod Shiva. Bijzonder is het gebruik om de ogen van godenbeelden pas als laatste aan te brengen. Met het ‘openen van de ogen’ werd het beeld tot leven gewekt: vanaf dat moment kon de godheid erin huizen.
Aan het einde van de tentoonstelling komt ook de plundering van het Cambodjaanse erfgoed aan bod. Grote houten transportkisten herinneren aan de vele objecten die Angkor hebben verlaten en inmiddels over de hele wereld zijn verspreid. Ondertussen brengen archeologische ontdekkingen steeds meer aan het licht over de eeuwenoude stad, die, anders dan vaak wordt gedacht, nooit helemaal verloren is gegaan.


