17 juni 2026

In de Tilburgse Oude Warande verleidt de jubileumeditie van Lustwarande bezoekers om zich te verhouden tot het groen van het barokke jachtpark. Met een verdronken beukenperceel, boombondage, tree huggers en sculpturen van afvalmateriaal zet de tentoonstelling mens, technologie en natuur tegenover elkaar. Het idee dat we ons technologisch een weg uit de klimaatcrisis kunnen innoveren, krijgt hier een ‘terug-naar-de-natuur-weerwoord’ – zonder de menselijke vindingrijkheid helemaal af te schrijven.

Zomerserie buitententoonstellingen
Deze zomer bezoekt Museumtijdschrift vijf kunstevenementen in de openlucht. In deze serie:

  • Paltz Biënnale, Soest – mei
  • BlowUp Jubilee, Den Haag – juni
  • Lustwarande, Tilburg – juni
  • Sonsbeek, Arnhem – juli
  • Into Nature, Noord-Drenthe – augustus
Ugo Rondinone, ‘white blue monk’, 2021, foto: Gert Jan van Rooij
Ugo Rondinone, ‘white blue monk’, 2021, foto: Gert Jan van Rooij

Welke gevolgen klimaatverandering kan hebben, merkten we begin 2024, toen het in heel Europa extreem veel regende, rivieren buiten hun oevers traden en complete stukken land werden weggespoeld. Ook de Oude Warande in Tilburg bleef niet ongeschonden. Een groot perceel met beuken kwam onder water te staan en omdat de gemeente verzuimde drainagemaatregelen te treffen, verdronken de bomen. Kap was onvermijdelijk. Er ontstond een lelijk gat in het eeuwenoude park en het duurt zeker een eeuw voordat de nieuwe beplanting weer op peil is.

Toen Ugo Rondinone (1964) het landschappelijke litteken zag, trok hij meteen zijn oorspronkelijke bijdrage voor Lustwarande in. In plaats van een beeldengroep kwam hij met één enkel, maar veel groter beeld. White blue monk (2021) bestaat uit twee rotsblokken van overschilderd brons. Op het onderste blok, in mariablauw uitgevoerd, is een kleiner, wit en rond blok geplaatst. Met die eenvoudige middelen ontstaat een abstracte figuur die zijn armen uitstrekt, bij wijze van zegening of als bezwerend gebaar. Rondinones monnik staat midden in de treurnis van het gerooide beukenperceel als een soort beschermheilige of spiritueel bewaker van de natuur. Maar ook als mascotte van Lustwarande, waar hij al voor de vijfde keer aan meedoet.

Su Melo, ‘Tree Huggers’, 2026, foto : Gert Jan van Rooij
Su Melo, ‘Tree Huggers’, 2026, foto : Gert Jan van Rooij

Zero-waste kunstenaar
Buitenkunstevenementen vinden vaak plaats op heerlijke locaties, maar Lustwarande spant de kroon. De Tilburgse Oude Warande werd aangelegd tussen 1712 en 1715 en geldt als het best bewaarde barokke sterrenbos van Nederland. Volgens de tuinmode van toen zouden beelden en folly’s het doolhofachtige padenstelsel moeten vervolmaken, maar zover kwam het niet. De opdrachtgever, prins Willem van Hessen-Kassel, verhuisde en liet zijn geesteskind onaf achter. In 2000 veranderde dit eindelijk, toen de organisatoren van Lustwarande alsnog beelden plaatsten.

Lustwarande was eenmalig bedoeld, maar was zo’n succes dat de internationale sculptuurmanifestatie een terugkerend evenement werd. En ondanks het schrappen van subsidie – door dezelfde gemeente die de beuken liet verdrinken – wordt nu het 25-jarig jubileum gevierd.

In de vroege edities – met kanonnen als Berlinde De Bruyckere, Franz West en Anish Kapoor – deed het park dienst als glorieus decor voor topwerk. Gaandeweg is het tot meer interactie gekomen tussen kunst en context, al helemaal in deze editie. De titel ‘Material Worlds’ verwijst naar de hernieuwde waardering voor het tastbare en authentieke in deze tijd van virtuele Zoom-meetings en 3D-prints. Maar het gaat vooral om onze omgang met de natuur, die het materiaal levert voor kunstwerken en daar soms een hoge prijs voor betaalt.

Chloé Royer (1989) verbeeldt de verstikkende verhouding tussen mens en natuur treffend met haar metalen ringen die als een vorm van bondage rond stammen zijn gedrapeerd. Su Melo (1976) probeert met haar Tree Huggers de relatie te herstellen door keramische kappen aan bomen te hangen, waar je je hoofd in kunt steken terwijl je liefdevol je armen om de stam slaat. En het werk van Jan Eric Visser (1962) is helemaal natuurvriendelijk. De ‘zero-waste kunstenaar’ gebruikt nooit nieuw materiaal voor zijn sculpturen, maar maakt alles van gerecycled afval. Zoals het afgedankte afvalplastic dat hij redde van de verbrandingsoven en als ode aan de circulariteit omvormde tot een groep kronkelige beelden.

Jan Eric Visser, ‘The Odes’, 2022, foto: Gert Jan van Rooij
Jan Eric Visser, ‘The Odes’, 2022, foto: Gert Jan van Rooij

Bewijs van vindingrijkheid
Op een paar uitzonderingen na – zoals de uilachtige koppen van Nicole Eisenman (1965) en de zoutanemonen van Meri Karapetyan (1998) – overheerst een abstracte beeldtaal die het associatievermogen lekker aanzwengelt. Zo doen de bonkige aluminium beelden van Katleen Vinck (1976) denken aan schaalmodellen van ruimteschepen. En lijkt Phyllida Barlow (1944-2023) een konijn tussen gestapelde piano’s te hebben geplet.

Veel organischer zijn de ingesnoerde hompen die Patricia Ayres (1975) hoog in de boom heeft gehangen. Of de boom van Kokou Ferdinand Makouvia (1989), die lijkt op een gemuteerde dikke darm waar snoeren uitlopen naar het bos rondom. Deze werken geven weerwoord op de cyborgfilosofie uit de jaren 1990. Toen wees versmelting met technologie de weg naar een posthumane toekomst. Nu maken kunstenaars technologie juist ondergeschikt aan het organische leven, met een diep geloof in de veerkrachtige natuur die ons mensen en onze uitvindingen zal overleven.

Maar schrijf de mens nog niet helemaal af. Bosco Sodi (1970) experimenteerde net zo lang met klei, zand, water en verschillende brandstoffen totdat hij keramische blokken kon produceren van een formaat dat volgens de wetten van de natuurkunde onmogelijk heel uit de bakoven kan komen. Gestapeld tot pilaren staan ze vlak bij Rondinones monnik in het beukenkerkhof, als bewijs van de vindingrijkheid waarmee we hopelijk ook de door onszelf veroorzaakte puinhoop kunnen opruimen.

Bosco Sodi, ‘Zonder titel’, 2016, foto : Gert Jan van Rooij
Bosco Sodi, ‘Zonder titel’, 2016, foto : Gert Jan van Rooij

Lustwarande

Te zien Negentien internationale kunstenaars tonen hedendaagse sculptuur in de Oude Warande, het barokke sterrenbos van Tilburg.

Tijd Reken op ongeveer twee uur om de route rustig te lopen en de werken goed te bekijken.

Vervoer Kom bij voorkeur met het openbaar vervoer of de fiets; het park ligt aan de westkant van Tilburg, bij de campus van Tilburg University.

Pauze Midden in het park ligt Grotto, het spiegelende paviljoen van kunstenaar Callum Morton, waar je terechtkunt voor koffie, lunch of een drankje.

Niet te missen White blue monk van Ugo Rondinone: een abstracte monnik van twee rotsblokken, opgesteld in het kaalgeslagen beukenperceel van de Oude Warande.

Wat maakt deze buitententoonstelling bijzonder? De Oude Warande werd in de achttiende eeuw aangelegd als barok lust- en jachtbos, met een strak padenstelsel dat de bezoeker door het groen leidt. In deze editie van Lustwarande wordt die historische omgeving onderdeel van het verhaal: hedendaagse beeldhouwkunst raakt hier aan grotere vragen over materiaal, technologie en onze omgang met de natuur.